Preventie‎ > ‎

Suïcidepreventie

Suïcidepreventiewerking van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg

De suïcidepreventiewerking van de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG-SP) ging in 1997 van start als een project waarna het in 2000 geïntegreerd werd in de reguliere werking.  De suïcidepreventiewerking richt zich op het intermediaire niveau. Het inhoudelijk ondersteunen en bijscholen van hulpverleners/professionelen en het coachen van beleidsontwikkeling binnen organisaties zijn kenmerkend voor de werking.
De suïcidepreventiewerking kent een provinciale teamorganisatie waarbij de medewerkers binnen West-Vlaanderen tewerkgesteld zijn in drie verschillende CGG nl. CGG Noord-West-Vlaanderen, CGG Mandel & Leie en CGG Largo.

Het West-Vlaams team suïcidepreventie bestaat uit volgende medewerkers:

      Nike Baeten (coördinator – CGG Largo)

      Nele Desseyn (CGG Largo)

      Jente Vandeburie (CGG Largo)

      Charlotte Lanneau (CGG Mandel & Leie)

Voor meer informatie over de suïcidepreventiewerking van de CGG (in Vlaanderen) zie: www.cgg-suicidepreventie.be/


Aanbod

Er kan een beroep gedaan worden op de suïcidepreventiewerking voor:

      consult en advies

      deskundigheidsbevordering (vorming)

      coaching (beleidsmatig werken)

De consult- en adviesfunctie houdt in dat professionelen ons vrijblijvend kunnen contacteren met vragen betreffende suïcide(preventie) bij cliënten of in organisaties. Mogelijke vragen kunnen zijn:

   Mijn cliënt bevindt zich in een suïcidale crisis. Wat kan ik zelf doen en naar wie kan ik doorverwijzen?

   Een collega ondernam een suïcidepoging. Hoe gaan we hier best mee om in onze organisatie?

   Hoe kunnen wij in onze organisatie werk maken van suïcidepreventie?

   

De suïcidepreventiewerking staat in voor deskundigheidsbevordering (vorming). Volgende topics kunnen daarbij aan bod komen:

      Welke signalen zien we bij iemand die aan suïcide denkt?

      Wat zijn risico- en beschermende factoren?

      Hoe schat je het risico op suïcide best in?

      Hoe reageer je best op signalen?

     

Binnen een coachingstraject wordt werk gemaakt van een suïcidepreventiedraaiboek. Een dergelijk draaiboek wordt samengesteld door een kerngroep binnen de organisatie die theorie en praktijk integreert, rekening houdende met de eigenheid van de setting en met aandacht voor samenwerkingsafspraken met relevante externe partners. Het draaiboek bestaat uit 4 luiken: vroegdetectie en -interventie, acute dreiging en crisisinterventie, na een suïcidepoging, na een suïcide. Elk luik omvat telkens afspraken i.v.m. coördinatie en communicatie, richtlijnen voor het concrete handelen en evaluatie. Vanuit de suïcidepreventiewerking bieden wij ondersteuning in dit ontwikkelings- en implementatieproces.

Deskundigheidsbevordering en coaching worden idealiter in een simultaan traject aangeboden. Er wordt telkens gekeken om een aanbod op maat van een organisatie, dienst, voorziening te ontwikkelen.

De suïcidepreventiewerkers fungeren binnen deze betreffende functie niet als hulpverleners. De preventiewerkers bieden dus geen individuele of groepsgebonden therapie aan. Aanmelding van (suïcidale) cliënten gebeurt via het secretariaat van de dichtstbijzijnde vestiging van het CGG.

 

Doelstellingen

De suïcidepreventiewerking heeft volgende doelstellingen:

1. Ingebouwde preventie en optimalisering van de hulpverlening

Ingebouwde preventie is vervat in curatie. Het gaat hierbij om curatieve activiteiten die preventieve effecten hebben of die met een preventieve bekommernis worden uitgevoerd.

We onderscheiden de volgende drie luiken:

        A      Het optimaliseren van hulpverlening in het CGG bij risico op suïcidaal gedrag

Elke suïcidale persoon, naasten en nabestaanden worden op verantwoorde wijze opgevangen. Het CGG heeft een draaiboek waarin de activiteiten en verantwoordelijkheden duidelijk zijn omschreven, evenals de opvang van nabestaanden (familie en hulpverleners). Het is een set van aanbevelingen toegespitst op de verschillende fasen in een individueel hulpverleningstraject in een CGG (van aanmelding tot afsluiting). Dit document weerspiegelt het beleid van het CGG.

De CGG hulpverleners onderhouden hun deskundigheid in het werken met suïcidale cliënten, hun omgeving en de nabestaanden door middel van literatuur en bijscholing.

                  B      Het opvangen van nabestaanden

In elke provincie is er een contactpersoon binnen de CGG die de werking voor nabestaanden (gespreksgroepen) ondersteunt. Voor de provincie West-Vlaanderen is dit Charlotte Lanneau (CGG Mandel & Leie).

De opvang van nabestaanden in de CGG en de coördinatie en werking van gespreksgroepen voor nabestaanden na zelfdoding in Vlaanderen vergt een bijzondere aanpak. De realisatie van deze doelstelling wordt opgenomen door Werkgroep Verder (www.werkgroepverder.be) waarmee nauw wordt samen gewerkt.

C      Het opvangen van suïcidepogers in zorgnetwerken

De opvang van suïcidepogers en hun naasten start vaak op de spoedafdeling van een Algemeen Ziekenhuis. De somatische zorg voor deze patiënten is uiteraard zeer belangrijk. Daarnaast is een degelijke psychosociale evaluatie en opvang cruciaal, o.a. met het oog op het voorkomen van herhaald suïcidaal gedrag.

Om de zorg aan deze groep en hun familie te optimaliseren startte het Project Integrale Zorg Suïcidepogers (PIZS) in opdracht van de Vlaamse overheid. Hierbij werd het Instrument voor Psychosociale Evaluatie en Opvang (IPEO) ontwikkeld. Het ziekenhuispersoneel kan met dit hulpmiddel in een semi-gestructureerd interview risico’s en zorgbehoeften inventariseren en een hulpverleningstraject uitstippelen. De suïcidepreventiewerkers sensibiliseren Algemene Ziekenhuizen om een klinisch pad te ontwikkelen waarbinnen het IPEO wordt geïntegreerd. Het klinisch pad omvat ook afspraken over vervolgzorg. Hierbij is de huisarts een centrale figuur. In het ziekenhuis wordt aan de patiënt voorgesteld de huisarts te contacteren binnen de week na ontslag. De huisarts ontvangt een rapport en wordt gevraagd de patiënt te contacteren binnen de twee weken na ontslag.

Sinds 2012 wordt niet langer gesproken over PIZS maar over de organisatie ‘Zorg voor Suïcidepogers’ gezien het erkend werd door de Vlaamse overheid als een organisatie met een eigen terreinwerking. Op dat moment waren reeds 40 Algemene Ziekenhuizen in Vlaanderen aan de slag met het IPEO.

Sinds kort wordt ook specifieke aandacht besteed aan de doelgroep van minderjarige suïcidepogers. In kader hiervan werd het KIPEO (‘Kinderversie’ van het IPEO) ontwikkeld. Een pilootproject gericht op het ondersteunen van de zorg voor jonge suïcidepogers vond reeds plaats in Limburg. Momenteel wordt deze strategie verder verspreid over Vlaanderen.

Meer informatie over de werking van Zorg voor Suïcidepogers, het IPEO of KIPEO is te vinden op www.zorgvoorsuicidepogers.be. Binnen West-Vlaanderen is Jente Vandeburie (CGG Largo) contactpersoon betreffende zorg voor suïcidepogers.

 

2. Deskundigheidsbevordering van intermediairs en netwerken

                  A. Vorming en bijscholing

De suïcidepreventiewerking staat in voor de vorming aan intermediairs. Gezien de maatschappelijke positie van de CGG richten we ons bij voorkeur op een aantal specifieke doelgroepen: CGG, huisartsen, ziekenhuispersoneel, politie, CLB en leerlingenbegeleiders, ouderenhulpverleners. Op vraag kan ook een vorming op maat van een specifieke setting, dienst, organisatie aangeboden worden. Deskundigheidsbevordering gaat idealiter gepaard met beleidsmatig werken.

 

B. Suïcidepreventie en geestelijk gezondheidsbeleid op school

Scholen moeten sinds 2007 een gezondheidsbeleid uitstippelen. Geestelijke gezondheid maakt hier integraal deel van uit. Een geestelijk gezondheidsbeleid heeft aandacht voor drie grote luiken: geestelijke gezondheidsbevordering, preventie van psychische en gedragsproblemen en zorg. Een belangrijk aspect hierbij is de preventie van depressie en suïcide. Er kan een beroep gedaan worden op de suïcidepreventiewerking voor deskundigheidsbevordering van schoolgebonden actoren (leerkrachten, leerlingbegeleiders, CLB-medewerkers) alsook voor de uitwerking van een draaiboek suïcidepreventie.


3. Het afstemmen met andere actoren en het locoregionaal implementeren van het Vlaams Actieplan Suïcidepreventie

In Vlaanderen wordt de volgende gezondheidsdoelstelling met betrekking tot suïcide naar voor geschoven: tegen 2020 is het aantal suïcides met 20% gedaald ten opzichte van 2000. De strategieën om deze doelstelling te bereiken, worden beschreven in het Vlaams Actieplan Suïcidepreventie (VLASP). De suïcidepreventiewerking van de CGG werkt in dit kader samen met diverse partnerorganisaties: CPZ (Centrum ter Preventie van Zelfdoding), Werkgroep Verder, Zorg voor Suïcidepogers, VDIP (Vroeg Detectie en Interventie bij Psychiatrische – Psychotische stoornissen), LOGO (Lokaal Gezondheidsoverleg), EZO (Eenheid voor Zelfmoordonderzoek), Tele-Onthaal.  

Een optimale implementatie van het VLASP vraagt een locoregionale verankering. Binnen een locoregionale werking is het belangrijk dat:

      er duidelijke afspraken gemaakt worden tussen de locoregionale partners;

      er een systematische samenwerking is op locoregionaal vlak;

      er een goede afstemming is met andere actoren die niet noodzakelijk gelinkt zijn aan het Vlaams Actieplan.

Binnen de provincie West-Vlaanderen werken de LOGO’s en de suïcidepreventiewerking van de CGG structureel samen ter realisatie van de locoregionale werking. Belangrijke partners in het kader van het West-Vlaams Actieplan Suïcidepreventie zijn de provincie West-Vlaanderen, CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk),  Tele-onthaal, Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg, netwerkcoördinatoren artikel 107…  

Meer info over de locoregionale uitwerking van het VLASP is te vinden op www.vlasp.be.

Contact

Neem contact op met het West-Vlaams team suïcidepreventie via:

nike.baeten@cgglargo.be

051/25.99.30 (secretariaat CGG Largo)

056/23.00.23 (secretariaat CGG Mandel en Leie)

050/34.24.24 (secretariaat CGG Noord-West-Vlaanderen)

 

Interessante info

Heb je onmiddellijk hulp nodig?

Noodnummer: 112
Jouw huisarts  of huisarts van wacht: www.huisarts.be 
Antigifcentrum: 070/24.52.45
Zelfmoordlijn (gratis en anoniem)
1813 (24u/24) en chat via http://www.zelfmoord1813.be/ 
Tele-onthaal (gratis en anoniem): 106 (24u/24) en chat via www.tele-onthaal.be
Kinder- en jongerentelefoon Awel (gratis en anoniem): 102 (telefoon dagelijks van 16u-22u, niet op zon- en feestdagen) en chat via www.kjt.org  (elke maandag en woensdag van 18-22 uur)

Wie kan helpen om een probleemsituatie aan te pakken?

Jouw huisarts (of huisarts van wacht: www.huisarts.be)
Centrum voor Algemeen Welzijn: www.caw.be  
Huis van de Mens: www.demens.nu 
Het CGG: 

·       CGG Largo (Roeselare, Veurne, Ieper, Diksmuide): www.cgglargo.be

·       CGG Mandel en Leie (Kortrijk, Menen, Izegem, Tielt, Waregem): www.cggml.be

·       CGG Noord-West-Vlaanderen (Oostende, Brugge, Torhout): www.cgg.be

·       CGG Prisma (Oostende, Torhout, Blankenberge, Beernem): www.cggprisma.be

Een psycholoog/psychotherapeut: http://www.bfp-fbp.be
Een psychiater
Sociale kaart van je gemeente: www.desocialekaart.be

Heb je iemand verloren door zelfdoding?
www.werkgroepverder.be

Wat kan je doen na een suïcidepoging?
www.ontrackagain.be (voor minderjarige pogers)
www.opnieuwverder.be  (voor ouders van minderjarige pogers)

Wens je meer te lezen over het thema suïcide of de organisatie van suïcidepreventie in Vlaanderen?

www.cgg-suicidepreventie.be/

www.vlasp.be

www.zorgvoorsuicidepogers.be

www.eenheidvoorzelfmoordonderzoek.be

www.preventiezelfdoding.be